Dhammapada

  1. De oorzaak van alle verschijnselen is het bewuste gemoed. Het gemoed gaat aan alle ongezonde, niet-heilzame stemmingen en toestanden vooraf. Wat we nu zijn, is ontsproten aan onze gedachten en gevoelens van gisteren. Onze huidige gedachten en gevoelens zijn de bouwstenen van ons leven van morgen. Ons leven krijgt vorm door het gemoed. Als je spreekt of handelt met een onzuiver gemoed, volgen ellende en lijden op de voet als een door een os getrokken karrevracht.
  2. Alle verschijnselen hebben het bewuste gemoed als oorzaak. Het gemoed gaat aan alle gezonde, heilzame stemmingen en toestanden vooraf, Wat we nu zijn, is ontsproten aan onze gedachten en gevoelens van gisteren. Onze huidige gedachten en gevoelens zijn de bouwstenen van ons leven van morgen. Ons leven krijgt vorm door het gemoed. Als je spreekt of handelt met een zuiver gemoed, volgen blijdschap en geluk als een schaduw die nooit wijkt
  3. “Hij heeft misbruik van mij gemaakt, hij heeft me geslagen, hij heeft mij overweldigd en me beroofd”. Wie zulke gedachten voedt, brengt zijn haat niet tot bedaren.
  4. “Hij heeft misbruik van mij gemaakt, hij heeft me geslagen, hij heeft mij overweldigd en me beroofd”. Wie zulke gedachten niet voedt, brengt zijn haat tot bedaren.
  5. Haat wordt in deze wereld nooit gestild door vijandschap. Haat wordt alleen gestild door onvoorwaardelijke liefde. Dit is een eeuwige wet.

Dhammapada Hoofstuk 1. Vertaling Drs. A de Vente